Kilometer 22. Ik meld mij bij de ambulance om braaf te doen wat er mij opgedragen is. Het kippenvel staat op mijn armen, mogelijk de eerste tekenen van warmtestuwing. De organisatie heeft de mensen op het hart gedrukt om bij signalen zich te melden. De ambulancemedewerker stelt mij gerust, geeft mij een flesje water mee en ik kan weer op weg. Niets aan de hand. Nou ja…..niets aan de hand? Toch wel. De eerste 10 kilometers heb ik tal van slachtoffers gezien van de hitte en vele uitvallers. Mij wordt al heel snel duidelijk dat ik hier geen p.r. ga lopen en dat uitlopen vandaag het hoogst haalbare is. Ik worstel verder en bij kilometer 25 hoor ik opeens: "Hup Jaap, kom op". Mijn schoonpa en ma staan langs de kant. Ik vertel over de hitte en de zwaarte en dat ik denk dat ik uit ga stappen.
Uitstappen? Ik zeg dat ik alleen mijzelf daar nog niet van overtuigd heb. Nog een stukje probeer ik het. Een paar kilometer later hoor ik opnieuw: "Hup Jaap". Wederom schoonpa en ma. Ik steek mijn duim op. Dit gebaar wordt doorge-sms’t naar Marja die thuis zit. Voor haar het teken dat ik mijzelf hervonden heb. Ik ben over mijn dode punt heen. Op kilometer dertig staan mijn ouders, kinderen, neefje Jip en zwager Arnoud langs de kant. Nadat mijn kinderen belangstellend geinformeerd hebben of ik in mijn broek geplast heb vervolg ik mijn weg. Op naar het Kralingse Bos. Uit een muziekstandje speelt harde muziek. Gezellig. Ik zie een agent de straat over steken en naar de stand toelopen. Plots wordt de muziek zacht gezet. Belachelijk, denk ik. Dat is toch leuk, een beetje muziek? Mijn inschatting klopt echter niet. De agent neemt een microfoon ter hand en maakt een abrupt einde aan mijn marathondroom. De organisatie heeft besloten de wedstrijd te staken…….
Tranen springen in mijn ogen en ik moet op mijn lippen bijten. Dit doet pas pijn. Al die maanden hier naar toe geleefd, de vele trainingen, het dode punt waar ik mij over heen gewerkt heb en dan zo moeten stoppen. Ik doe echter braaf wat mij opgedragen wordt, steek de straat over en keer terug naar de Coolsingel. Nog twee trieste kilometers. Ik had verwacht om die met een ander gevoel te lopen. Een man keert zijn maag binnenstebuiten op de Erasmusbrug. "Gaat het?", vraag ik belangstellend. Domme vraag uiteraard. Nog een keer proberen: "Heb je hulp nodig?". Weer mis. "Nee", kreunt de man. IK hoop dat ik hem duidelijk heb kunnen maken dat ik hulp in kon schakelen als dat nodig was en niet dat het mijn intentie was om hem te helpen beter over te geven.
Verslagen passeer ik de finish. De medaille die ik om krijg, heb ik naar mijn gevoel niet verdiend. Aan de andere kant ben ik wel blij dat ik weer heelhuids terug ben. Ik heb gezien dat dat zeker niet iedereen is gelukt. Helaas.
‘s Avonds na een flinke portie friet overdenk ik alles nog een keer. Wat nu te doen met de sponsoring? Wat doe ik met de prijzen? En wat doe ik met mijn onbevredigde gevoel? Op maandag staat mijn naam bij degenen die volgens het AD een geweldige prestatie hebben geleverd maar niet de marathonafstand volbracht hebben omdat de organisatie de route ingekort heeft. Het voelt toch een beetje als de gesneuvelde soldaat die eervol wordt herinnerd. Als sex zonder hoogtepunt. Een voetbalwedstrijd zonder doelpunten.
Veel mensen hebben al aangegeven dat zij mijn 34 kilometer zien als het uitlopen van de hele afstand gezien de omstandigheden. En dat zij dus ook de sponsoring zo zullen betalen. Een collega vindt zelfs dat ik 25% hittetoeslag moet vragen. Ik ga erover denken en kom er snel op terug. En over de te winnen prijzen ga ik met een alternatief komen. Dus houdt je mail in de gaten!
Ik in mijn gesponsorde tenue.